Begrijpen wat er speelt bij kwetsbare jongeren en samen met de doelgroep oplossingen voor problemen bedenken: dat is de insteek van de Smart Start-pilot Tilburgse Kwetsbare Jeugd die we uitvoeren voor de Gemeente Tilburg. De pilot is onderdeel van het landelijk programma Preventie met Gezag (PmG), waarmee de Rijksoverheid wil voorkomen dat jongeren van 8 tot en met 27 jaar in aanraking komen met ondermijnende criminaliteit of daarin doorgroeien. Over PmG was onlangs een kritische uitzending van Zembla te zien. Experts benadrukten daarin het belang van goed onderbouwde interventies waarbij ook de doelgroep betrokken wordt. De werkwijze van Smart Start sluit daar goed bij aan.
Smart Start handelt vanuit de visie dat ouders en kinderen de beste kansen verdienen op een goede toekomst. Om problemen vroegtijdig te signaleren en waar mogelijk te voorkomen combineert Smart Start beschikbare data en praktijkervaring. Daarbij wordt niet direct gestart met het ontwikkelen van interventies maar eerst onderzocht wat er precies speelt, voor wie en waarom.
Eerst begrijpen, dan handelen
Centerdata is binnen het Smart Start-programma onderzoeksleider en verantwoordelijk voor de data-analyses en effectmetingen. De pilot Tilburgse Kwetsbare Jeugd heeft als doel preventief beleid te ontwikkelen dat alle Tilburgse jongeren kansen biedt om veilig en gezond op te groeien. Onlangs werd een belangrijke mijlpaal bereikt: de afronding van de onderzoeksfase waarin de problematiek en achterliggende risicofactoren in kaart zijn gebracht.
Dr. Karlijn Roex, onderzoeker bij Centerdata en projectleider van het onderzoeksgedeelte van de Smart Start-pilot, licht de analyses op basis van CBS-microdata toe: “De data is nooit herleidbaar naar individuen. We kijken naar patronen in de data en duiden welke factoren in samenspel het risico van Tilburgse jongeren vergroten. Daarbij moet dit onderzoek er niet toe leiden bepaalde jongeren te gaan labellen als ‘risicogroep’, maar te werken aan perspectief voor die jongeren.”
Uit de analyses blijkt dat de meeste jongeren niet met politie en justitie in aanraking komen. Tegelijkertijd is er een groep jongeren die opgroeit in instabiele situaties, geconfronteerd wordt met criminaliteit en op meerdere leefgebieden kwetsbaar is. Volgens de analyses behoort 3 tot 6 procent van de Tilburgse jongeren tot deze groep. Bij 3 procent van de jongeren tussen de 12 en 17 jaar was in de afgelopen vijf jaar sprake van een delictverdenking. Onder 22- tot 26-jarigen ligt dit aandeel op 6 procent.
Wat beïnvloedt het risico?
Daarnaast laten de analyses zien dat meerdere factoren samenhangen met een verhoogd risico om verdacht te worden van delicten. Bij jongeren uit huishoudens met de laagste vermogens en inkomens tot 120 procent van het sociaal minimum is het risico 1,5 tot 2 keer hoger. Ook de gezinssituatie speelt mee: jongeren uit een eenouderhuishouden lopen ongeveer twee keer zoveel risico als leeftijdsgenoten uit andere huishoudens met een andere samenstelling.
Ook leefomgeving speelt een rol. Jongeren die opgroeien in wijken met relatief veel meldingen van jeugdoverlast hebben een aanzienlijk hogere kans op verdachtenschap. Aan de andere kant laten de analyses ook zien dat de leefomgeving beschermend kan werken: in sommige buurten met relatief veel bewoners met een uitkering ligt het risico juist iets lager. Mogelijk spelen sociale cohesie en onderlinge herkenning binnen deze wijken daarbij een rol.
Van analyse naar gesprek
Met de afronding van de onderzoeksfase verschuift de focus naar de praktijk. De komende periode gaan jongeren, ervaringsdeskundigen, jongerenwerkers, politie en beleidsmakers met elkaar in gesprek. In design thinking-sessies worden de kwantitatieve inzichten aangevuld met praktijkervaringen: wat speelt er achter de cijfers, en wat hebben jongeren nodig om weg te blijven van de criminaliteit?
Dr. Patricia Prüfer, hoofd Beleidsonderzoek & Analytics bij Centerdata en hoofdonderzoeker bij Smart Start, benadrukt het belang van het combineren van data en dialoog: “Er is al veel bekend vanuit nationaal en internationaal onderzoek en ook over de jongeren in Tilburg. Maar we hadden nog niet scherp genoeg op het netvlies welke groep jongeren het nu precies betreft, hoe groot die is en welke combinatie van factoren een rol speelt. Met deze analyse kunnen we dat veel beter onderbouwen, maar data vormen nooit het hele verhaal. Je ziet wat er speelt, maar praktijkkennis en gesprekken met jongeren verklaren waarom. Co-creatie kan helpen bij het hoe.”
De afronding van de onderzoeksfase is daarmee geen eindpunt, maar juist het startpunt van een gezamenlijk ontwerpproces. Stap voor stap wordt gewerkt aan een aanpak die niet alleen op data is gebaseerd, maar ook op de kennis, ervaringen en behoeften van de mensen om wie het uiteindelijk draait.