Bijna vier op de vijf Nederlanders vindt de Nationale Herdenking op 4 mei (heel) belangrijk. Dat blijkt uit het Nationaal Vrijheidsonderzoek 2026, dat Centerdata elk jaar uitvoert in opdracht van het Nationaal Comité 4 en 5 mei. In 2026 vulden bijna 1200 leden van het representatieve LISS panel de vragenlijst in.
Het belang van herdenken
Voor de meeste Nederlanders is de mening over de Nationale Herdenking het afgelopen jaar niet veranderd. Wel zegt 13% de herdenking belangrijker te zijn gaan vinden, tegenover 5% die er minder waarde aan hecht. Wie de herdenking belangrijker is gaan vinden, noemt daarvoor de actualiteit als reden: ontwikkelingen in de wereld, oorlogen en de dreiging die daarvan uitgaat en toenemend antisemitisme. Ook benoemen sommigen dat ze beter geïnformeerd zijn, bijvoorbeeld door een bezoek aan een voormalig concentratiekamp. De meeste Nederlanders herdenken door twee minuten stilte te houden, een herdenking te bezoeken of te volgen via televisie of online, of door er met anderen over te spreken.
Bevrijdingsdag
Bevrijdingsdag wordt door 71% van de Nederlanders (heel) belangrijk gevonden. Ruim 80% heeft vorig jaar deelgenomen aan een activiteit in het kader van Bevrijdingsdag, of heeft er op een andere manier bij stilgestaan. De meesten volgen Bevrijdingsdag via radio, tv of online (44%) of staan erbij stil zonder aan een specifieke activiteit mee te doen (44%). Ruim een kwart volgde de Bevrijdingsfestivals via één of meerdere kanalen en 14% bezocht er daadwerkelijk een. De voornaamste redenen om stil te staan bij 5 mei zijn dat men het belangrijk vindt om stil te staan bij het belang van vrijheid en democratie (90%), dat het een belangrijk deel van ons verleden is (90%), dat men dankbaar is voor de mensen die voor onze vrijheid hebben gevochten (89%) en dat we de Tweede Wereldoorlog niet moeten vergeten (89%).
Zorgen over AI groeien
Net als vorig jaar maken Nederlanders zich het meest zorgen over oorlog (53%). Opvallend is de toename van zorgen over kunstmatige intelligentie (AI) en de invloed van grote techbedrijven: in 2025 maakte een op de vijf zich hier zorgen over, in 2026 is dat een kwart. Ook zorgen over spanningen tussen bevolkingsgroepen (van 13% naar 17%) en schendingen van mensenrechten (van 11% naar 16%) zijn gestegen.
Elk jaar wordt gevraagd in hoeverre men verschillende soorten vrijheden voldoende ervaart in zijn of haar leven. Tussen 2024 en 2025 waren grote dalingen zichtbaar in de mate waarin bepaalde vrijheden in het eigen leven werden ervaren. Voor de meeste vrijheden geldt dat dit sinds vorig jaar stabiel is gebleven. Wel is er een grote daling in het belang dat wordt gehecht aan de vrijheid om te demonstreren: dit daalde van 76% in 2024 naar 67% in 2026. Daarnaast geeft 71% aan het eens of zeer eens te zijn met de stelling: ‘Demonstreren hoort niet thuis op een herdenking’. Ook is er een daling te zien in het belang dat wordt toegekend aan de Nederlandse ombudsman, van 70% in 2024 naar 59% in 2026.
Vrijheid niet voor iedereen gelijk
Het onderzoek laat ook zien dat er grote verschillen zijn in de samenleving in de ervaring van vrijheid. Mensen met een migratieachtergrond (Turks, Marokkaans, Antilliaans of Surinaams) ervaren op vrijwel alle gemeten vrijheden minder ruimte dan mensen zonder migratieachtergrond. Zo voelen zij minder vrijheid van meningsuiting en minder vrijheid om zichzelf te mogen zijn. Ook zijn er verschillen wanneer er naar leeftijd wordt gekeken: mensen van 65 jaar en ouder ervaren meer vrijheid dan jongere leeftijdsgroepen.
Over het Nationaal Vrijheidsonderzoek
Het Nationaal Vrijheidsonderzoek (NVO) is een langlopend monitoringsonderzoek dat sinds 2001 jaarlijks wordt uitgevoerd in opdracht van het Nationaal Comité 4 en 5 mei. Sinds 2020 wordt voor de meting gebruik gemaakt van het LISS panel. In 2026 hebben 1200 personen aan het onderzoek meegedaan. Zij vormen een representatieve afspiegeling van de Nederlandse bevolking van 16 jaar en ouder. Het onderzoek is uitgevoerd door middel van een online enquête. De data zijn verzameld in februari 2026. Een uitgebreid rapport over het NVO is te vinden op de website van het Nationaal Comité 4 en 5 mei.