Steeds vaker gebruiken onderzoekers apparaten om lichamelijke activiteit objectief te meten. Denk aan wetenschappelijke bewegingsmeters die mensen een week op het lichaam dragen, of aan data van persoonlijke fitnesstrackers zoals een smartwatch. Dat levert waardevolle informatie op over hoe actief Nederlanders zijn. Maar een belangrijke vraag blijft: wie wil hier aan meedoen? En is die groep representatief voor de hele bevolking?
In dit onderzoek keken wetenschappers naar twee dingen:
- Wie is bereid om een wetenschappelijke bewegingsmeter (de activPAL) op het bovenbeen te dragen?
- Wie bezit al een eigen activiteitstracker, zoals een Fitbit of Apple Watch?
De data kwamen uit het representatieve LISS panel van Centerdata. Ruim 2.700 panelleden vulden vragenlijsten in over hun gezondheid, beweeggedrag en bereidheid om mee te doen aan apparaatmetingen.
Wie wil een bewegingsmeter dragen?
Ongeveer de helft van de deelnemers was bereid om een bewegingsmeter te dragen. Die bereidheid was echter niet gelijk verdeeld over de bevolking. Vrouwen, mensen van middelbare leeftijd, hoger opgeleiden en mensen die al voldoende bewegen zeiden vaker “ja”. Mensen met chronische aandoeningen of een westerse migratieachtergrond van de eerste generatie waren juist minder vaak bereid.
Daarnaast bleek dat ongeveer 20% van de deelnemers een eigen activiteitstracker had. Eigenaren waren gemiddeld jonger, hoger opgeleid en gezonder dan niet-eigenaren. Opvallend genoeg hadden ook mensen met overgewicht vaker een tracker, vermoedelijk om hun gezondheid actief te monitoren.
Wat betekent dit voor onderzoek naar beweging?
De resultaten betekenen dat apparaatmetingen het beeld van lichamelijke activiteit kunnen vertekenen. Als vooral actievere en gezondere mensen meedoen, lijkt Nederland actiever dan het in werkelijkheid is. Dat kan gevolgen hebben voor beleid en gezondheidsprogramma’s.
De onderzoekers pleiten voor gerichtere werving van ondervertegenwoordigde groepen en betere methoden om verschillen tussen deelnemers en niet-deelnemers te corrigeren. Alleen zo kunnen apparaatmetingen een betrouwbaar beeld geven van hoe actief Nederland daadwerkelijk is.