Vertrouwen in politiek al jaren stabiel

Hoe tevreden is Nederland met de regering in aanloop naar de Provinciale Statenverkiezingen? En hoeveel vertrouwen hebben Nederlanders in de politiek? In het representatieve LISS panel vraagt CentERdata al sinds 2007 jaarlijks hoe de panelleden het zittende kabinet beoordelen. Wat blijkt: de tevredenheid over de zittende regering en het vertrouwen in de politiek als gehéél zijn de laatste jaren toegenomen en in 2018 iets afgenomen.

Woensdag 20 maart vinden de verkiezingen voor de Provinciale Staten plaats. De leden van Provinciale Staten verkiezen vervolgens de 75 leden van de Eerste Kamer. Daarmee zijn de verkiezingen van direct belang voor de landspolitiek. Niet voor niets zijn de landelijke partijleiders volop actief in de aanloop naar deze provinciale verkiezingen.

De VVD vormt met dertien zetels de grootste partij in de senaat, gevolgd door het CDA met twaalf zetels. De andere twee regeringspartijen D66 en ChristenUnie hebben op dit moment respectievelijk tien en drie zetels. Hoe tevreden of ontevreden Nederlanders zijn met de regering, kan gevolgen hebben voor het aantal zetels dat deze partijen in de Eerste Kamer zullen krijgen – en daarmee voor de effectiviteit en daadkracht van de huidige coalitie, die in de senaat nu nog steunt op een kleine meerderheid.

Tevredenheid fluctueert

De tevredenheid over de regering kende een duidelijke dip tijdens de crisisjaren, van 2009 tot en met 2013. Daarna is de tevredenheid, parallel aan de economische groei, weer toegenomen, al valt op dat de tevredenheid in 2018 weer licht afnam. Overall valt op dat ongeveer de helft van de bevolking (48 procent) momenteel relatief neutraal staat ten opzichte van de huidige coalitie van VVD, CDA, D66 en ChristenUnie, maar dat het aantal ontevredenen flink hoger ligt dan het aantal tevredenen (respectievelijk 35 en 17 procent).

Vertrouwen op peil

Er wordt elk jaar ook gevraagd naar hoeveel vertrouwen de panelleden hebben in de Nederlandse regering, politici, politieke partijen en het Europese Parlement, en hoe tevreden ze zijn met hoe deze instellingen werken. De LISS panelleden kunnen antwoorden op een schaal van 0 tot 10, waarbij 0 betekent ‘helemaal geen vertrouwen/helemaal niet tevreden’ en 10 betekent ‘veel vertrouwen/heel tevreden’.

De grafieken laten ook hier een duidelijke dip zien tijdens de crisisjaren, van 2009 tot en met 2013. De afgelopen jaren blijven het vertrouwen in en de tevredenheid over de politiek behoorlijk stabiel. De samenstelling van de regering en de economische situatie lijken hierop geen sterke invloed te hebben.

Ook wordt aan de panelleden elk jaar een aantal uitspraken voorgelegd, waaronder of Kamerleden zich bekommeren om de mening van mensen zoals henzelf.

Panelleden kunnen antwoorden met 1: ‘dat is zo’ of 2: ‘dat is niet zo’.

In het algemeen lijkt het erop dat zowel mannen als vrouwen in gelijke mate denken dat Kamerleden zich niet bekommeren om de mening van mensen (en dus ook dat hun mening er niet toe doet).

Alle data (van de kernvragenlijst Normen en Waarden (Politics and Values) zijn beschikbaar via het LISS data-archief.