Naam kinderbijslag verhoogt kans dat het geld opzij gezet wordt

Door kinderbijslag kinderbijslag te noemen (en daarmee dus aan te geven dat het geld voor de kinderen bedoeld is), lijkt de kans groter te worden dat het geld opzij gezet wordt. Maar, zo blijkt uit onderzoek in opdracht van het ministerie van SZW: het vergroot waarschijnlijk níet de kans dat ouders het geld aan hun kinderen uitgeven.

Ouders of verzorgers krijgen van de overheid een financiële tegemoetkoming in de kosten van hun kinderen: de zogenoemde kinderbijslag en het kindgebonden budget. Ze zijn echter niet verplicht om dit geld ook daadwerkelijk aan hun kinderen te besteden.

Het ministerie van SZW wilde graag weten in hoeverre de benaming van deze tegemoetkomingen de kans verhoogt dat het geld ook daadwerkelijk aan kinderen wordt besteed. CentERdata onderzocht dit aan de hand van een literatuurstudie, een natuurlijk experiment én twee gecontroleerde online experimenten.

Verschillende scenario’s

Voor de online experimenten werd onder meer gebruikgemaakt van een steekproef van ruim duizend ouders uit CentERdata’s representatieve LISS panel. Ouders kregen een scenario te lezen, waarin de naam van een onderdeel van het maandelijkse gezinsinkomen systematisch werden gevarieerd: zij kregen een ‘algemene toeslag’ óf een ‘kindertoeslag’. Vervolgens maakten zij bestedingskeuzes.

Belangrijkste bevindingen

De experimenten leverden geen bewijs op dat de naam van de toeslag invloed heeft op wat ouders uitgaven aan kinderen. Noch de totale uitgaven aan kinderen, noch uitgaven aan specifieke kindgerelateerde bestedingsdoelen (zoals kleding en schoenen, hobby’s en zakgeld) werden beïnvloed door de naam van de toeslag.

Wél bleek de naam invloed te hebben op het bedrag dat ouders/verzorgers spaarden. Ouders die een ‘kindertoeslag’ kregen (in plaats van een ‘algemene toeslag’), reserveerden minder geld voor dagelijkse boodschappen en zetten méér geld opzij. Interessant was dat dit geld niet direct voor de kinderen opzij werd gezet, maar juist op de (spaar)rekening van de ouder zelf gehouden werd.

Gewenst effect?

Door in de naam van de tegemoetkoming aan te geven dat het geld voor kinderen bedoeld is, lijkt de kans dus groter te worden dat het geld niet meteen uitgegeven, maar juist opzij gezet wordt. Maar is dat dan ook een gewenst effect van de kindregelingen? Projectleider Millie Elsen: “De neiging om meer te sparen wanneer de toeslag ‘kindertoeslag’ genoemd werd, was het sterkst onder ouders die aangaven de kinderbijslag (of het kindgebonden budget) bewust te reserveren voor hun kinderen. Ook al werd het geld niet expliciet voor de kinderen opzij gezet, de resultaten suggereren dus toch dat het ‘extra’ sparen gebeurt met de kinderen in het achterhoofd.”

Het volledige rapport is hier te vinden.