Grensoverschrijdend gedrag in de sport

Maandag 02 november 2020

Onderzoek naar de prevalentie van grensoverschrijdend gedrag in de Nederlandse georganiseerde sport tijdens de jeugdjaren wijst uit dat ruim 20 procent van de 18 tot en met 50-jarigen in hun jeugd een ernstige vorm van emotioneel grensoverschrijdend gedrag heeft meegemaakt. Bij 13 procent was er sprake van ernstig lichamelijk grensoverschrijdend gedrag en bij 7 procent ging het om ernstig seksueel grensoverschrijdend gedrag. Breder bekeken heeft bijna de helft van de mensen een grensoverschrijdende gebeurtenis meegemaakt die indruk heeft gemaakt.

In opdracht van NOC*NSF hebben CentERdata en I&O Research een representatief onderzoek uitgevoerd naar de prevalentie van grensoverschrijdend gedrag in de sport. Het betreft een onderzoek waarbij is teruggekeken naar jeugdervaringen uit het verleden.

Door eerst te vragen naar de sporten die mensen als kind beoefend hebben en naar het gevoel waarmee ze daarop terugkijken, is de herinnering aan sporten in de jeugd geactiveerd. Daarna is gevraagd naar vervelende ervaringen bij de sportbeoefening.

In het onderzoek zijn drie vormen van grensoverschrijdend gedrag onderscheiden: emotioneel, lichamelijk en seksueel. Van elke vorm is een uitgebreide reeks gebeurtenissen uitgevraagd, variërend van geplaagd worden als vorm van emotioneel grensoverschrijdend gedrag tot gedwongen penetratie als vorm van seksueel grensoverschrijdend gedrag. Respondenten is per gebeurtenis gevraagd of ze dit als kind hebben meegemaakt en zo ja, of dit indruk heeft gemaakt. In het vaststellen van het meemaken van ernstige grensoverschrijdende gebeurtenissen is ook het oordeel van NOC*NSF-experts over de ernst van specifieke gebeurtenissen meegenomen.

Het onderzoek is afgenomen door middel van een online vragenlijst. Deze is voorgelegd aan panelleden van het LISS panel en het I&O Research Panel. Hierbij is een representatieve groep van Nederlanders bevraagd in de leeftijd van 18 tot en met 50 jaar, die als kind (<18 jaar) in georganiseerd verband hebben gesport en de Nederlandse taal machtig zijn. De dataverzameling vond plaats in de maanden november en december 2019. In totaal hebben 5.092 Nederlanders in de leeftijd van 18 tot en met 50 jaar deelgenomen aan het onderzoek, waarvan 3.959 tot de doelgroep behoorden en als kind in georganiseerd verband hebben gesport en de Nederlandse taal machtig zijn.

Verschillen tussen mannen en vrouwen

Meer mannen dan vrouwen maakten emotioneel grensoverschrijdend gedrag mee, maar bij vrouwen maakte die gebeurtenis vaker indruk. Ook lichamelijk grensoverschrijdend gedrag wordt vaker door mannen dan door vrouwen gerapporteerd, maar ook dat verschil valt weg bij gebeurtenissen die indruk hebben gemaakt; dat ligt bij jongens en meisjes beiden rond de 10 procent. Wel is duidelijk dat het bij jongens vaker dan bij meisjes om ernstig lichamelijk grensoverschrijdend gedrag gaat.

Bij seksueel grensoverschrijdend gedrag zijn het meisjes die twee keer zo vaak iets hebben meegemaakt. Ook maakten zij vaker iets mee dat indruk maakte en is wat zij meemaakten ernstiger.

Andere verschillen zijn dat jongens en meisjes die op nationaal of internationaal niveau gesport hebben, meer te maken hadden met emotioneel grensoverschrijdend gedrag dan kinderen die op lager niveau sportten. Ook mensen die sport voor jeugdigen met een beperking beoefenden, hebben vaker emotioneel grensoverschrijdend gedrag meegemaakt.

Ervaringen worden lang niet altijd gedeeld

Bijna de helft van de mensen die als kind grensoverschrijdend gedrag bij het sporten heeft meegemaakt, heeft hier destijds of later nooit over gepraat. Bij emotioneel grensoverschrijdend gedrag heeft 42 procent er nooit over verteld, bij lichamelijk grensoverschrijdend gedrag is dat 47 procent en bij seksueel grensoverschrijdend gedrag is dat zelfs 58 procent.

Daders zijn meestal mannen en vaak medesporters

De daders van alle drie vormen van grensoverschrijdend gedrag zijn meestal mannen. Bij emotioneel en lichamelijk grensoverschrijdend gedrag is dit voor ongeveer twee derde van de gebeurtenissen het geval. Bij seksueel grensoverschrijdend gedrag gaat het in 87 procent van de gevallen om mannelijke daders. De daders van emotioneel en lichamelijk grensoverschrijdend gedrag zijn zowel mannen als vrouwen.

De daders zijn vaker (mannelijke) sporters dan coaches. Dat geldt het meest voor emotioneel en lichamelijk grensoverschrijdend gedrag, waar het aandeel van mannelijke sporters rond een derde ligt en dat van de mannelijke coach rond de 15 procent. Bij seksueel grensoverschrijdend gedrag is het verschil kleiner: een derde van de daders is een mannelijke sporter en in een kwart van de gevallen gaat het om een mannelijke coach.

Rapport

Meer weten? Raadpleeg het volledige rapport, inclusief uitgebreide verantwoording van het onderzoek. NOC*NSF heeft ook een nieuwsbericht naar buiten gebracht over het prevalentieonderzoek.

Bronvermelding: het overnemen uit deze publicatie is toegestaan, mits de bron en opdrachtgever duidelijk worden vermeld: I&O Research en CentERdata in opdracht van NOC*NSF.