Nederlands / English
Zoeken
Voor opdrachtgevers
Voor panelleden
Werken bij CentERdata

Actueel (overzicht)

VVD-stemmer voelt zich veel beter over eigen portemonnee dan SP'er
19 juli 2010 - Economische emoties duidelijke graadmeter stemgedrag

Meerderheid bevolking wil bel-niet-aan-register
5 juli 2010

Scoor elke opiniepeiling op representativiteit
5 juli 2010 - pleidooi voor bijsluiter voor opiniepeilingen

LISS panel genomineerd voor DANS Dataprijs
20 mei 2010

Nederlander positiever over eigen financiële toekomst
29 april 2010

Pensioenen

Hoe ziet de gemiddelde hoogte van de toekomstige pensioenuitkering en de verdeling daarvan over verschillende doelgroepen eruit? 

Contactpersoon: Jan Nelissen

 

Aanvullende pensioenen: toekomstige uitkeringen en Emancipatie-Effect-Rapportage

In een onderzoek voor het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is nagegaan hoe de gemiddelde hoogte van de toekomstige pensioenuitkering en de verdeling daarvan over verschillende doelgroepen eruitziet. Daarbij is gebruik gemaakt van geavanceerde simulatietechnieken. Uitgangspunt is een representatief bestand, waarin de arbeidsmarktgeschiedenis van individuen beschreven wordt. Met behulp van realistische gegevens over het type baan waarin men werkzaam is, de mogelijkheid van werkloosheid, arbeidsongeschiktheid etc., wordt aan ieder individu een loopbaan en een daarbij behorende inkomensontwikkeling toegekend. Voor elk individu wordt nagegaan of er sprake is van een pensioenbreuk op grond van werkloosheid en dergelijke, of dat er sprake is van een gestage inkomensgroei en pensioenopbouw. Dat maakt het mogelijk veel in de praktijk voorkomende loopbaanpatronen qua pensioenopbouw in beeld te brengen, inclusief een koppeling naar de pensioenresultaten. De onderstaande tabel geeft een voorbeeld weer van de verkregen resultaten.

Het ontvangen aanvullend pensioen (exclusief AOW) als percentage van het eindloon naar cohort (volgens het zogenaamde bestendigingsscenario)

Geboortegeneratie
Mannen
Vrouwen
Totaal
1930
21,2
9,0
17,8
1940
26,8
11,8
22,7
1950
31,9
18,1
27,0
1960
34,4
18,5
27,9
1970
35,5
18,9
28,8



Daarnaast is nagegaan in welke mate het stelsel van aanvullende pensioenen (indirect) discriminerend werkt voor vrouwen. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen de mate van toegang tot aanvullende pensioenregelingen (vrouwen worden relatief vaker dan mannen uitgesloten van deelname) en de kwaliteit van de regeling (vrouwen zijn relatief meer werkzaam in sectoren met naar verhouding slechtere pensioenvoorzieningen).

Publicaties:

 

  • Nelissen, J.H.M. (2000), Aanvullende Pensioenen: Toekomstige Uitkeringen en Emancipatie-Effect-Rapportage.
  • Nelissen, J.H.M. (2000), Een onbezorgde oude dag? Economisch Statistische Berichten 85, pp. 548-550.
  • Nelissen, J.H.M. (2000), Sekse, neutraliteit en pensioenen. Economisch Statistische Berichten 85, pp. 571-573. 
 


Pensioenen: regelingen, percepties en preferenties

Hoe is het pensioen van de Nederlandse bevolking geregeld, en hoe wordt gedacht over de huidige pensioenregelingen en over een aantal mogelijke hervormingen?

Contactpersoon: Klaas de Vos

Nederland vergrijst. Steeds meer mensen zijn voor hun inkomen afhankelijk van pensioenvoorzieningen. In dit project in opdracht van het ministerie van Financiën is onderzocht hoe het pensioen van een representatieve steekproef van de Nederlandse bevolking geregeld is, en hoe wordt gedacht over de huidige pensioenregelingen en over een aantal mogelijke hervormingen. Het rapport bevat een schat aan gegevens waarvan hier slechts vermeld wordt dat slechts weinig mensen op de hoogte blijken te zijn van alle details van hun pensioenregeling. Niettemin blijkt dat men er in het algemeen redelijk tevreden over is. Onder de voorstellen om de AOW in de toekomst te kunnen blijven financieren mag het plan om daarvoor nu alvast geld te reserveren zich in een grote populariteit verheugen.

Publicaties:

 

  • Vos, K. de, R.J.M. Alessie, P.F. Fontein (1997), Pensioenen: regelingen, percepties en preferenties, Economisch Instituut Tilburg, Tilburg.
  • Vos, K. de, R.J.M. Alessie, P.F. Fontein (1998), Pensioenpreferenties, Economisch Statistische Berichten.
 

 
Pensioenvoorzieningen in Nederland

Welk deel van de ouderen heeft recht op inkomen in de vorm van pensioen (naast de voor alle ouderen geldende AOW)? Ook is de samenstelling van het inkomen van ouderen onderzocht. 

Contactpersoon: Klaas de Vos


In het kader van een internationaal samenwerkingsproject met onder andere het IFS (Londen) is onderzocht welk deel van de ouderen recht heeft op inkomen in de vorm van pensioen (naast de voor alle ouderen geldende AOW). Ook is de samenstelling van het inkomen van ouderen onderzocht. Aan het vroegere werk gerelateerde pensioenen met kapitaaldekking vormen een relatief groot en nog steeds toenemend deel van het inkomen van ouderen in Nederland en het Verenigd Koninkrijk. Dit in tegenstelling tot landen als Duitsland, Frankrijk en Italië, waar door de overheid geregelde pensioenen op basis van een omslagstelsel van groter belang zijn.


Publicatie:

 

  • Vos, K. de en A. Kapteyn (1998), Pension provision in The Netherlands, in: R. Disney and P. Johnson (red.), Pension systems and retirement incomes across OECD countries, Edward Elgar, Cheltenham.
 


Effecten van wijzigingen in vervroegde uittredingsregelingen op de gemiddelde uittredingsleeftijd

In dit onderzoek voor het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wordt bekeken of en in welke mate een overgang van de VUT-regeling naar meer actuarieel neutrale uittredingsregelingen kan bijdragen aan een hogere participatie van genoemde leeftijdsgroep.

Contactpersoon: Jan Nelissen


Nederland kent een relatief lage arbeidsparticipatie van 55- tot 65-jarigen. Dit geldt voor zowel vrouwen als mannen. Een groot deel van hen maakt gebruik van vervroegde uittredingsregelingen. De toenemende vergrijzing en de daarmee gepaard gaande druk op de arbeidsmarkt, vraagt om een beleid dat gericht is op bevordering van de arbeidsparticipatie. In dit onderzoek voor het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wordt bekeken of en in welke mate een overgang van de VUT-regeling naar meer actuarieel neutrale uittredingsregelingen kan bijdragen aan een hogere participatie van de genoemde leeftijdsgroep.

Op basis van een enquête is nagegaan welke effecten een dergelijke overgang heeft. De VUT gaat in het algemeen uit van een uitkeringspercentage van 80, ongeacht de uittredingsleeftijd. In de aan de respondenten voorgelegde alternatieven wordt uitgegaan van een uitkering van 70% van het loon bij uittreding op de leeftijd van 62 jaar. Wanneer men eerder (of later) uittreedt, dan ontvangt men een lagere (of hogere) uitkering. Bij de VUT is uittreding mogelijk tussen 60 en 65 jaar. In het eerste alternatief – het prepensioe – is dat 55 en 65 jaar, terwijl het tweede alternatief – de flexpensioenregeling – uittreding mogelijk maakt tussen 61 en 70 jaar. In het laatste geval kan men dus ook langer doorwerken dan nu gebruikelijk is. Beide alternatieven resulteren in aanzienlijk langer doorwerken en bijgevolg een hogere arbeidsparticipatie onder 55- tot 65-jarigen. De onderstaande tabel brengt een en ander in beeld voor het centrale scenario (het zogenoemde European Coordination scenario volgens het CPB).

Arbeidsparticipatie 55/64-jarigen anno 2010 en 2020

 
2010
2020
1. Gebruik VUT-regeling
272.000
426.000
Werkzaam
708.000
863.000
Participatiegraad
32,5%
36,0%
2. Gebruik prepensioenregeling
174.000
265.000
Werkzaam
806.000
1.024.000
Participatiegraad
37,0%
42,7%
3. Gebruik flexpensioenregeling (netto)
102.000
133.000
Werkzaam
878.000
1.156.000
Participatiegraad
40,3%
48,2%

 

In 2010 zien we een 4,5% respectievelijk 7,8% hogere participatiegraad in vergelijking met de VUT-regeling. In 2020 loopt dat op tot 6,7 respectievelijk 12,2%. Een volledig actuarieel neutrale regeling resulteert in een extra toename van de arbeidsparticipatie met ongeveer 2%.

Publicatie:

 

  • Bevordering arbeidsparticipatie ouderen; Het effect van wijzigingen in vervroegde uittredingsregelingen op de arbeidsparticipatie van oudere werknemers. Doetinchem: Elsevier Bedrijfsinformatie BV. 172 pp. ISBN 9057498073.
 
      Disclaimer    Sitemap    Route    Algemene voorwaarden